Geplaatst door Annie in Duurzaamheid, Ruimtelijke Ord.
01-09-2014 | Geen Reacties »


We zijn in Ten Boer bezig met een nieuw bestemmingsplan buitengebied. Dat betekent o.a. duiken in de provinciale en lokale regelgeving, gesprekken met medewerkers over de te kiezen richting en lezen over de mogelijke gevolgen van het afschaffen van het melkquotum.
Maar het geeft je ook maandenlang een andere blik op je omgeving. Tijdens fietstochtjes door de gemeente kijk je anders naar boerderijen, schuren, het landschap…
Ook op vakantie ontkom je er niet helemaal aan. Die hielden we op Fischland/Darss/Zingst, een schiereiland tussen Rostock en Rugen. Vrijwel het hele gebied is nationaal park en het bestaat uit grote stukken bos, duinen en strand, wat moeras, wat heidegebieden en hier en daar wat weiland/grasland.
waterbuffelsOp het hele schiereiland is één boerenbedrijf, een biologische boerderij die samen met natuurorganisaties het eiland beheert. Geen bemesting, geen bestrijdingsmiddelen, zo min mogelijk antibiotica, een fatsoenlijk personeelsbeleid, kortom een modelbedrijf.
Maar gróót, gróót…
Het bedrijf in Born beheert zo’n 4800 hectare “weiland”, niet alleen op het schiereiland, ook nog wat op “het vasteland” waar vooral hun schapen zomers lopen.
Verder hebben ze 3 à 4000 (volwassen) koeien en zo’n 70 paarden.

Bij het bedrijf hoort een “café” (waar je bv. hamburgers van eigen koe kunt eten), een winkel waar allerlei opbrengsten van het bedrijf worden verkocht (ook vooral vlees), een speeltuintje, een kinderboerderijtje en een klimbos. Op één van de laatste dagen van onze vakantie was er de mogelijkheid voor een rondleiding van twee uur op het bedrijf.rondleiding
Tijdens een uitgebreide wandeling over het terrein kwamen alle ins en outs van het bedrijf langs.
De ruim 3000 koeien zijn van diverse rassen. Er wordt voortdurend geexperimenteerd met nieuwe rassen en soorten. De meest exotische aanwinst zijn de 80 waterbuffels die in de moerasachtige gebieden lopen.
Er wordt ook gefokt op de boerderij, zo wordt bv. geprobeerd een hoornloze koe te fokken, want hoorns kappen willen ze niet. Maar er wordt ook geprobeerd de meest productieve soorten te fokken natuurlijk. Overigens wordt er niet aan kunstmatige inseminatie gedaan, koeien worden op de ouderwetse manier gedekt door een stier.
De meeste koeien zijn Duitse vlekkoeien (Fleckvieh).
De koeien lopen buiten van 1 april tot soms eind december, afhankelijk van het weer. Dat is prettiger voor de beesten en goedkoper: (bij)voederen kost geld.
gidsKalfjes lopen vrijwel hun hele leven bij de moeder, zowel binnen als buiten. Stierkalfjes worden vrijwel allemaal geslacht wanneer ze ongeveer één jaar zijn, volwassen koeien gaan na ongeveer twaalf jaar naar de slacht.
Op het bedrijf zijn zomer en winter zo’n 70 mensen werkzaam. Ze zijn allemaal in vast dienst, er wordt niet of nauwelijks gewerkt met seizoenkrachten. Wel zijn er ‘s winters natuurlijk andere dingen te doen dan zomers.
Over de stallen vertelde onze “gids” nog een interessant “detail”: in een stal waar nu 1000 koeien staan, stonden er in de DDR-tijd 15.000.
Gut Darss laat zien dat goede bedrijfseconomische resultaten gecombineerd kunnen worden met een biologische aanpak, met natuurbeheer en met een goed personeelsbeleid. Het gebeurt alleen op een schaal die in onze omgeving op dit moment letterlijk onvoorstelbaar is.



Social Widgets powered by AB-WebLog.com.